Klein maar fijn: dwergauto’s

In de jaren na de Tweede Wereldoorlog speelden veel, vaak kleine fabrikanten in op de vraag naar goedkoop en weerbestendig vervoer. Dat leidde tot een verrassend resultaat in de jaren 50 van de vorige eeuw: de dwergauto. Daarvan stelt het Louwman Museum er nu 30 tentoon.  

Dwergauto’s zijn compacte drie- of vierwielers, voorzien van een één- of tweecilindermotor met een beperkt vermogen. Hoe lichter en goedkoper de auto, hoe beter. Sommige carrosserieën werden gevormd door een houten frame, slechts overspannen met doek van kunstleer of voorzien van gespijkerde aluminium plaatdelen. Ook werd er al geëxperimenteerd met kunststof carrosserieën. De vormgeving was zeer divers en soms uiterst merkwaardig. Met allerlei veiligheidsaspecten werd nauwelijks rekening gehouden.

Als je die autootjes zo ziet, komt het niet bij je op dat daarmee ook wel eens een rally gereden kan zijn. Maar schijn bedriegt! In de Mille Miglia van 1954 veroverde de Iso Isetta de eerste drie plaatsen in de ‘economy class’ met een gemiddelde snelheid van meer dan 70 km/h! Het 236 cc ééncilindertje leverde 9,5 pk en had een topsnelheid van 75 km/h.

Zelfs op het circuit kon een enkele dwergauto behoorlijk uit de voeten. De Lloyd TS Alexander won de 12-uursrace van Hockenheim in 1958 met een gemiddelde snelheid van 110,7 km/h.

Erg lang duurde de bloeiperiode van de dwergauto’s niet. Met de komst van volwaardige en succesvolle personenauto’s als de DAF, de Mini, de Deux-Chevaux en de Kever verdwenen ze redelijk snel uit het straatbeeld.

De tentoonstelling loopt van 5 juli tot 1 september. Dat komt goed uit, want op zondag 18 augustus bent u toch al ter plekke voor de keuring van de SLS. Neem dan ook even de tijd om al die leuke, aandoenlijke, kleine autootjes te bekijken.

Tekst: Fred Hak | Openingsfoto: Noël van Bilsen